Een ongelofelijk mooie en boeiende reis hebben we gemaakt door Suriname. Stephen heeft tot in de puntjes rekening gehouden met wat wij wilden en wat mogelijk was. Zelfs met mijn hobby: muziek maken. In diverse dorpen lag een gitaar op mij te wachten, waarmee ik op een van de scholen nog een liedje van Herman van Veen “Kinderfiets” aan de kinderen geleerd heb. Vanaf het moment dat we landden op Zanderij liep alles op rolletjes: nergens hoefden we te wachten, overal stond er iemand ons op te wachten die ons bracht naar de bestemming waar we heen wilden.

Het meeste indruk maakte ons verblijf in het uiterste zuiden van het land, in Kwamalasamutu. Daar leven de mensen nog min of meer zonder geldeconomie. Men leeft er van wat het woud, de rivier en de kostgrondjes opbrengen. Om je daar met je verwende westerse leefwijze te mengen met  de bevolking was niet minder dan fascinerend. We hebben expedities door het regenwoud meegemaakt en waren erbij toen de Indianen in de rivier hun netten uitzetten, maar ook bij het weer binnenhalen van de vangst. Ook hebben we nog een middag mee mogen werken om cassave te planten op een van de kostgrondjes. Bijzonder om acht dagen lang zo dicht bij mensen te leven die de hele dag bezig zijn met maar één ding: voedsel vergaren en verwerken. Maar er waren ook schaduwzijden: er zijn afvallers, mensen die niet mee kunnen of willen doen, die vervallen in alcoholisme en nihilisme. Ook dat hebben we gezien en meegemaakt. Plussen en minnen geven een evenwichtig beeld van het leven daar, dat we mede dankzij Stephen en gids Dino ter plaatse niet snel zullen vergeten. Maar ook aan alle andere gidsen bewaren we prachtige herinneringen. Mag ik speciaal Lucien nog bedanken die ons met zijn “Zondagochtendbikers van Paramaribo” alle – of in elk geval zeer vele – hoeken van Paramaribo en omgeving heeft laten zien en met wie zulke interessante gesprekken hebben gevoerd. René Brant en Anita van den Berg, 

 

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen: we bewaren de beste herinneringen en koesteren die met zekere regelmaat. En als we dat doen, zeggen we altijd weer tegen elkaar: we gaan nog een keer terug. Niet volgend jaar, maar het jaar daarop is een optie. Graag willen we dan weer van je diensten gebruik maken.